Samen
Het was lastig om de juiste beschrijving te geven. "AI deed het werk" is niet waar: ik heb elke beslissing in het programma genomen, ik weet waarom de rollen, taken, QA’s, scenario’s, beslisbomen en Doelen-Inspanningen-Netwerken zijn zoals ze zijn, ik heb tientallen keren gezegd: "nee, zo niet, wat ik wil is …", soms met de zin erachteraan: "luister nu eens even en doe een keer wat ik zeg". "Ik deed het werk met een hulpmiddel" is ook niet waar, want een hulpmiddel stelt geen vragen terug. Het dichtst in de buurt komt: we werkten samen. Ik wist wat de tool moest gaan doen en waarom. Het model wist hoe je dat kon bouwen. Geen van beiden had het alleen gekund.
Sindsdien noem ik het een collega. Een rare collega, dat wel. Hij heeft alles gelezen en zelf niets meegemaakt. Hij is nooit ziek en haalt nooit wat te drinken. Hij weet niet waar Arnhem ligt en doet alsof hij het wel weet, tot je doorvraagt. Hij weet nooit precies hoeveel tijd er echt is verstreken. Hij heeft geen bureau. En hij is, sinds die avonden, bij het meeste wat ik schrijf op de een of andere manier aanwezig. Gek overigens hoe je toch soms kunt gaan schelden op een “machine”.
"De belangrijkste AI-vaardigheid is weten wat je wilt"
Kwaliteit
Mensen vragen me vaak hoeveel tijd het scheelt. Het eerlijke antwoord is: soms veel, soms ook minder dan je denkt, maar dat is niet het punt.
Een paar jaar geleden kon ik een beleidsstuk, voordat het naar het college ging, aan één collega laten lezen, hooguit twee, als ze tijd hadden. Nu laat ik het lezen door een jurist, een financieel adviseur, iemand van participatie, en iemand die het in vijf zinnen aan een inwoner probeert uit te leggen en daarin faalt op precies de plekken waar mijn stuk te vaag is. Zeventien perspectieven, als ik wil, op een dinsdagavond. Geen van die zeventien is een mens. Ze maken allemaal fouten. Maar het levert wel een schat aan inzichten op, die ik ook altijd controleer op juistheid en bronnen. En het stuk dat daarna naar het college gaat, is beter dan wat ik alleen had gekund.
Dat is geen efficiëntie. Dat is kwaliteit die ik vroeger niet kon bereiken of me niet kon veroorloven.
De keerzijde ken ik ook. De verleiding om alleen de samenvatting te lezen in plaats van het stuk. Om af te tekenen wat er goed uitziet. Maar ik heb mezelf één regel opgelegd en ik houd me er toch niet altijd aan: ik lees wat ik verstuur of onderteken. Zoals enkele weken geleden: een stuk geschreven en helemaal gecontroleerd, alleen moest het nog met andere kopjes en in de huisstijl. Even snel laten doen met een taalmodel en verstuurd. Je raadt het al: ook de inhoud was (ongevraagd) aangepast en ik kwam er pas achter toen ik wat verrassende vragen kreeg vanuit het directieteam. "De mens in de lus" is geen vinkje of luxe. Het is de vraag of je aan een raadslid kunt uitleggen waarom het zo staat, en dat kan alleen als je het zelf gelezen hebt. Het enige wat ik kon doen, was vertellen wat ik had gedaan (of beter: wat ik had verzuimd), mijn excuses aanbieden en opnieuw beginnen.
De zaal
In elke zaal waar ik over AI spreek, stel ik dezelfde vraag: wie weet welke AI-systemen jullie organisatie op dit moment gebruikt? Dan wordt het stil. Dan noemt iemand Copilot. Dan zegt iemand anders: de chatbot op de website, maar die is van de leverancier. Dan lacht de zaal, een beetje ongemakkelijk, omdat iedereen aanvoelt wat het antwoord is.
Het gebeurt al. Dat is geen waarschuwing, het is een beschrijving. Ruim de helft van de ambtenaren gebruikt AI op eigen initiatief, zonder richtlijnen. Wie nu pas begint na te denken over afspraken, is te laat om het te voorkomen – en precies op tijd om het in beeld te brengen. Eerst kijken wat er draait. Dan afspreken wat echt niet kan.
Benieuwd hoe zo'n samenwerking er voor jou uit zou kunnen zien?